De hondjes
Ik heb een 5 tal beestjes gemaakt van papier. Deze diende als voorbeeld voor de latere versies. Op deze manier leer je hoe je van een plat materiaal iets in 3D kan maken.
Rog van metaal
Tijdens een bezoek aan de dierentuin filmde ik deze roggen:
Dit is mijn eind ontwerp van de rog. Hij is helemaal van metaal gemaakt en heeft en doorsnee van 70 centimeter.
Het zou een mooi werk zijn voor op het strand en met meerdere. In de gure wint komt hij tot zijn recht.
Posts tonen met het label 3D natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 3D natuur. Alle posts tonen
woensdag 22 juni 2011
zondag 15 mei 2011
De rog
De rog
Het lichaam van de rog is afgeplat, en afgezien van de staart ruit- tot schijfvormig. Aangezien de roggen tot de kraakbeenvissen behoren, hebben ze geen skelet met botten maar een meer elastische substantie. De vijf kieuwspleten liggen aan de buikzijde. Er zijn doorgaans twee rugvinnen te vinden op de staart. De staartvin kan bij een aantal soorten ontbreken. De roggen uit de eerste twee ordes (Myliobatiformes en Rajiformes) zwemmen met behulp van hun grote borstvinnen, terwijl de zaagvissen, de stroom-, sluimer en sidderroggen en de gitaarroggen en vioolroggen met hun achterlichaam en staart zwemmen, zoals de haaien. De ogen zijn aan de bovenzijde van de kop gepositioneerd.
Habitat
Roggen zijn in bijna elke zee en oceaan te vinden. De meeste soorten zijn te vinden op de bodem van de zee, meestal aan de kust maar soms ook tot een diepte van 3000 meter. Er zijn maar weinig soorten, zoals de reuzenmanta, die in de open zee leven en maar weinig die in zoetwater leven.
Voedsel
De meeste roggen hebben sterke en geronde tanden ontwikkeld om zo de schelp van soorten die op de bodem van de zee leven open te breken. De prooi wordt door de meeste soorten opgespoord door het reukvermogen. Roggen voeden zich vooral met weekdieren, kreeftachtigen, wormachtigen, stekelhuidigen en bodemvissen, afhankelijk van de soort. Enkele soorten leven op plankton.
Het lichaam van de rog is afgeplat, en afgezien van de staart ruit- tot schijfvormig. Aangezien de roggen tot de kraakbeenvissen behoren, hebben ze geen skelet met botten maar een meer elastische substantie. De vijf kieuwspleten liggen aan de buikzijde. Er zijn doorgaans twee rugvinnen te vinden op de staart. De staartvin kan bij een aantal soorten ontbreken. De roggen uit de eerste twee ordes (Myliobatiformes en Rajiformes) zwemmen met behulp van hun grote borstvinnen, terwijl de zaagvissen, de stroom-, sluimer en sidderroggen en de gitaarroggen en vioolroggen met hun achterlichaam en staart zwemmen, zoals de haaien. De ogen zijn aan de bovenzijde van de kop gepositioneerd.
Habitat
Roggen zijn in bijna elke zee en oceaan te vinden. De meeste soorten zijn te vinden op de bodem van de zee, meestal aan de kust maar soms ook tot een diepte van 3000 meter. Er zijn maar weinig soorten, zoals de reuzenmanta, die in de open zee leven en maar weinig die in zoetwater leven.
Voedsel
De meeste roggen hebben sterke en geronde tanden ontwikkeld om zo de schelp van soorten die op de bodem van de zee leven open te breken. De prooi wordt door de meeste soorten opgespoord door het reukvermogen. Roggen voeden zich vooral met weekdieren, kreeftachtigen, wormachtigen, stekelhuidigen en bodemvissen, afhankelijk van de soort. Enkele soorten leven op plankton.
zondag 8 mei 2011
het aardvarken
Het aardvarken (Orycteropus afer) is een zoogdier dat voorkomt in vrijwel geheel Afrika ten zuiden van de Sahara. Ondanks de naam en vage gelijkenis is het aardvarken geen familie van het varken, maar nauwer verwant aan dieren als de olifanten, zeekoeien en klipdassen. Het is de enige overlevende vertegenwoordiger van de orde der buistandigen (Tubulidentata).
Het aardvarken is makkelijk te herkennen aan zijn grote oren, korte poten en varkenssnuit. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit termieten en mieren. Het aardvarken heeft een weinig behaarde huid.
Jongere dieren hebben meer haar. De huid is gelig of bruinig grijs van kleur, maar vaak donkerder door het wroeten in de aarde. De kop loopt uit in een spitse, varkensachtige snuit met een kleine bek. Deze snuit is rond, zacht en beweeglijk. Langs de neusgaten zit dicht haar. In de bek heeft het een lange tong.
De oren zijn groot en puntig, als die van een ezel. De korte, sterke poten hebben grote klauwen, die hij gebruikt om te graven en als wapen tegen vijanden. De staart is lang, dik en stevig. De staartpunt en de zijkanten van het gezicht van wijfjes zijn meestal wit of bleker van kleur, en donkerder bij mannetjes. Het dier is 100 tot 158 cm lang, 58 tot 66 cm hoog en 40 tot 82 kg zwaar. De staart is 44 tot 63 cm lang.
Het heeft een uitstekende reuk- en goede gehoorzin, maar het zichtvermogen is vrij slecht ontwikkeld. Op de snuit zitten kleine vlezige tentakeltjes, die dienen als tastorgaan.
Het aardvarken is makkelijk te herkennen aan zijn grote oren, korte poten en varkenssnuit. Zijn voedsel bestaat voornamelijk uit termieten en mieren. Het aardvarken heeft een weinig behaarde huid.
Jongere dieren hebben meer haar. De huid is gelig of bruinig grijs van kleur, maar vaak donkerder door het wroeten in de aarde. De kop loopt uit in een spitse, varkensachtige snuit met een kleine bek. Deze snuit is rond, zacht en beweeglijk. Langs de neusgaten zit dicht haar. In de bek heeft het een lange tong.
De oren zijn groot en puntig, als die van een ezel. De korte, sterke poten hebben grote klauwen, die hij gebruikt om te graven en als wapen tegen vijanden. De staart is lang, dik en stevig. De staartpunt en de zijkanten van het gezicht van wijfjes zijn meestal wit of bleker van kleur, en donkerder bij mannetjes. Het dier is 100 tot 158 cm lang, 58 tot 66 cm hoog en 40 tot 82 kg zwaar. De staart is 44 tot 63 cm lang.
Het heeft een uitstekende reuk- en goede gehoorzin, maar het zichtvermogen is vrij slecht ontwikkeld. Op de snuit zitten kleine vlezige tentakeltjes, die dienen als tastorgaan.
Abonneren op:
Posts (Atom)



















