Ik wist altijd al dat ik niet veel met fotografie heb. Het maken van een kopie van iets wat er al is voelt zo dubbel zo nutteloos. Je voegt niks toe aan wat er al is. Je zegt alleen.. " kijk wat ik zag" en het moment dat je terug ziet is al geweest .. geschiedenis. Alleen het maken van collages vind ik leuk. Collages zijn samenvoegingen van dingen die niet op dat moment samen op die plek waren. Je kan ze nooit op die manier geschoten hebben anders was het geen collage.
Je kan beelden zelf maken dingen die er niet zijn. Je kan mensen laten zien wat jij ziet. Dingen die zij niet kunnen zien omdat het er niet is. Maar je zegt daar eigenlijk mee.. "hoe mooi zou het zijn als we dit zouden zien"
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label filosofie. Alle posts tonen
donderdag 16 juni 2011
donderdag 16 september 2010
De Mythe van Aèras
Een zelf geschreven Mythe
Aèras de zoon van pegasus de god van de lucht vliegt over de grote oceaan. De wint strijkt langs zijn veren. De grote blauwe vlakte strekt zich uit ver voorbij de horizon. Zijn ogen zijn op het water gericht. Vannacht had hij een droom die waarschuwde voor een gebeurtenis die belangrijk voor zijn leven zou zijn. In het water zou hij het vinden had ze droom gezegd.
Net toen hij dacht dat de droom zicht vergist moest hebben zag hij een schaduw door het water glijden. Het was niet groot, niet groter dan ander halve meter. Als hij niet beter wist had hij gedacht dat het een mens was maar dat kon niet waar zijn dacht hij. De brute mensen konden nooit zo ver van het vaste land zwemmen. Misschien een Dolfijn dacht hij of een walvis. Nu hij dichter bij de oppervlakte vloog hoorde hij ondanks de tegenwind dat er een prachtig geluid vanuit de zee omhoog schalde. Het moet van de schaduw komen dacht hij. Het was een prachtig lied. De trillingen van de klanken drongen door zijn huid naar binnen. Hij kon het niet verstaan maar hij kende het gevoel dat het hem gaf. Het raakte hem diep van binnen. Hij begon mee te zingen en wou dat hij het schepsel kon zien wat hij zo onder zijn huid voelde. Samen vlogen en zwommen zij tot de avond viel en hij haar niet langer kon volgen. Hij vloog naar huis en piekerde over wie of wat ze kon zijn.
Snachts kwam de droom weer tot hem en hij vroeg de droom om hem te veranderen in wat zij was zodat ze voor altijd samen konden zijn. De droom zij dat alleen in de dood ze elkaar zouden vinden. Dat ze niet voor dit doel geboren waren. Aèras schrok wakker en was boos. Hij moest en zou een manier vinden om bij haar te zijn. Hij vloog op hoog de wolken in om een bezoekje te brengen aan zijn vader. Hij vloog steeds hoger en hoger en de zee raakte steeds verder en verder onder zich.
Opeens zag hij een gestalte zijn kan op komen. Hij was zwart en schimmig. Zo Aèras jij wilt dus veranderen in een meerman. Als dat is wat zij is dan wil ik dat worden antwoordde Aèras. Dat kan ik voor je regelen antwoordde de schim. Maar je denkt toch niet dat dat ik dat voor niks doe. Ik wil dat je me een belofte doet. Alles wat je maar wilt antwoordde Aèras. ‘Ik wil dat je me beloofd dat je nooit meer terug wilt veranderen in een god want, dan neem ik jou plek in als god van de lucht’. Wat Aèras niet wist was dat de schim eigenlijk de kwade god Vrontí was. Hij was lang geleden verbannen uit de gratie van de Griekse goden en had nog wraak te nemen voor zijn afzetting van zijn troon. Aèras wilde hem dat wel beloven. Hij vroeg Vrontí ook wat te beloven. ‘Beloof me dat jij mijn plek in zal nemen en je werk zo goed te doen als je kan.’ ‘Ik zal doen wat ik denk dat het beste is voor het aardse bestaan’ beloofde Vrontí . Pressies op dat moment voelde Aèras dat zijn lichaam veranderde. Zijn veren vlogen met de wind mee en zijn vleugels veranderde in handen. Omdat hij niet meer kon vliegen zonder vleugels begon hij te dalen. Eerst langzaam maar toen steeds vlugger. Dit had hij niet bedacht. Hij viel dieper en dieper de lucht kleurde donker om hem heen en hij wist dat hij een fout had begaan. Hij sloeg op het water en een pijn schoot door zijn nieuwe lichaam. Hij probeerde met zijn armen te slaan zoals hij dat in de lucht deed om vooruit te komen maar er gebeurde niks. Aèras besefte dat hij niet kon zwemmen. Hij kreeg geen lucht meer en zijn zicht werd zwart. Hij spartelde maar het had geen zin meer. Aèras was dood.
Aèras moest als straf extra lang wachten in de dood tot Isis zijn meermin hem daar vond. Ze waren samen tot in de eeuwigheid.
Aèras de zoon van pegasus de god van de lucht vliegt over de grote oceaan. De wint strijkt langs zijn veren. De grote blauwe vlakte strekt zich uit ver voorbij de horizon. Zijn ogen zijn op het water gericht. Vannacht had hij een droom die waarschuwde voor een gebeurtenis die belangrijk voor zijn leven zou zijn. In het water zou hij het vinden had ze droom gezegd.
Net toen hij dacht dat de droom zicht vergist moest hebben zag hij een schaduw door het water glijden. Het was niet groot, niet groter dan ander halve meter. Als hij niet beter wist had hij gedacht dat het een mens was maar dat kon niet waar zijn dacht hij. De brute mensen konden nooit zo ver van het vaste land zwemmen. Misschien een Dolfijn dacht hij of een walvis. Nu hij dichter bij de oppervlakte vloog hoorde hij ondanks de tegenwind dat er een prachtig geluid vanuit de zee omhoog schalde. Het moet van de schaduw komen dacht hij. Het was een prachtig lied. De trillingen van de klanken drongen door zijn huid naar binnen. Hij kon het niet verstaan maar hij kende het gevoel dat het hem gaf. Het raakte hem diep van binnen. Hij begon mee te zingen en wou dat hij het schepsel kon zien wat hij zo onder zijn huid voelde. Samen vlogen en zwommen zij tot de avond viel en hij haar niet langer kon volgen. Hij vloog naar huis en piekerde over wie of wat ze kon zijn.
Snachts kwam de droom weer tot hem en hij vroeg de droom om hem te veranderen in wat zij was zodat ze voor altijd samen konden zijn. De droom zij dat alleen in de dood ze elkaar zouden vinden. Dat ze niet voor dit doel geboren waren. Aèras schrok wakker en was boos. Hij moest en zou een manier vinden om bij haar te zijn. Hij vloog op hoog de wolken in om een bezoekje te brengen aan zijn vader. Hij vloog steeds hoger en hoger en de zee raakte steeds verder en verder onder zich.
Opeens zag hij een gestalte zijn kan op komen. Hij was zwart en schimmig. Zo Aèras jij wilt dus veranderen in een meerman. Als dat is wat zij is dan wil ik dat worden antwoordde Aèras. Dat kan ik voor je regelen antwoordde de schim. Maar je denkt toch niet dat dat ik dat voor niks doe. Ik wil dat je me een belofte doet. Alles wat je maar wilt antwoordde Aèras. ‘Ik wil dat je me beloofd dat je nooit meer terug wilt veranderen in een god want, dan neem ik jou plek in als god van de lucht’. Wat Aèras niet wist was dat de schim eigenlijk de kwade god Vrontí was. Hij was lang geleden verbannen uit de gratie van de Griekse goden en had nog wraak te nemen voor zijn afzetting van zijn troon. Aèras wilde hem dat wel beloven. Hij vroeg Vrontí ook wat te beloven. ‘Beloof me dat jij mijn plek in zal nemen en je werk zo goed te doen als je kan.’ ‘Ik zal doen wat ik denk dat het beste is voor het aardse bestaan’ beloofde Vrontí . Pressies op dat moment voelde Aèras dat zijn lichaam veranderde. Zijn veren vlogen met de wind mee en zijn vleugels veranderde in handen. Omdat hij niet meer kon vliegen zonder vleugels begon hij te dalen. Eerst langzaam maar toen steeds vlugger. Dit had hij niet bedacht. Hij viel dieper en dieper de lucht kleurde donker om hem heen en hij wist dat hij een fout had begaan. Hij sloeg op het water en een pijn schoot door zijn nieuwe lichaam. Hij probeerde met zijn armen te slaan zoals hij dat in de lucht deed om vooruit te komen maar er gebeurde niks. Aèras besefte dat hij niet kon zwemmen. Hij kreeg geen lucht meer en zijn zicht werd zwart. Hij spartelde maar het had geen zin meer. Aèras was dood.
Aèras moest als straf extra lang wachten in de dood tot Isis zijn meermin hem daar vond. Ze waren samen tot in de eeuwigheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)